Particulieren

Nabestaandenpensioen

Overlijden vóór de pensioendatum
Als uw partner overlijdt is het mogelijk dat de werkgever van uw partner een regeling heeft getroffen voor de nabestaanden. We noemen dat een nabestaandenpensioen. Een goed nabestaandenpensioen bedraagt ongeveer 70% van het bereikbare ouderdomspensioen. Dit nabestaandenpensioen valt vaak veel lager uit dan veel mensen denken. Daar komt nog bij dat u aan allerlei voorwaarden moet voldoen om in aanmerking te komen voor een Algemene Nabestaanden Wet uitkering (ANW-uitkering). Heeft u als achterblijvende partner geen kinderen onder de 18, u bent niet voor meer dan 45% arbeidsongeschikt of geboren na 1950 dan krijgt u van de ANW niets. Niet iedere werkgever heeft dit zogenaamde ANW-hiaat verzekerd. Het is dan ook heel belangrijk dat er goed gekeken wordt op welke regelingen een beroep kan worden gedaan bij overlijden van de partner.

Partnerpensioen kan door de werkgever op twee manieren geregeld worden:

1. Nabestaandenpensioen op opbouwbasis
De werkgever heeft ervoor gezorgd dat een bepaald kapitaal beschikbaar is voor partnerpensioen voor als de (ex-)werknemer overlijdt: dit wordt ook wel partnerpensioen met opgebouwde waarde genoemd. Als u nabestaandenpensioen opbouwt, vormt u een 'potje'. Hieruit ontvangt de nabestaande na uw overlijden een uitkering. Stopt u met opbouwen, omdat u bijvoorbeeld niet meer aan een pensioenregeling meedoet, dan houd u recht op het nabestaandenpensioen dat tot op dat moment is opgebouwd. Tot voor kort werd in de meeste pensioenregelingen het nabestaandenpensioen verzekerd op opbouwbasis. We zien steeds vaker dat regelingen overgaan op nabestaandenpensioen op risicobasis. Is het nabestaandenpensioen opgebouwd, dan houd u recht op het pensioen bij ontslag.

Na een echtscheiding houdt uw ex-partner recht op het nabestaandenpensioen dat tot de datum van echtscheiding is opgebouwd. Bij hertrouwen krijgt uw nieuwe partner daardoor een aanzienlijk lagere uitkering als u komt te overlijden.
U kunt het opgebouwde nabestaandenpensioen, met instemming van uw partner, op de pensioendatum uitruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.

-- splitter line - remove this to remove the split --

 

2. Nabestaandenpensioen op risicobasis
Bij het nabestaandenpensioen op risicobasis wordt er per periode gekeken hoe groot het risico is dat de werknemer in die periode overlijdt. Per jaar wordt dan bijvoorbeeld bekeken hoeveel het kost om het risico dat er een partnerpensioen uitgekeerd moet worden, over te laten nemen door de verzekeraar (pensioenuitvoerder). Dit noemen we een partnerpensioen op risicobasis, zonder opgebouwde waarde. U bent verzekerd tegen het risico dat u komt te overlijden. Komt u inderdaad te overlijden, dan krijgt uw nabestaande een nabestaandenpensioen. Wanneer de premiebetaling stopt (bijvoorbeeld bij ontslag of op de pensioendatum), dan is er geen aanspraak op een nabestaandenpensioen. De risicoverzekering voor het nabestaandenpensioen is te vergelijken met een verzekering voor je auto of opstalverzekering voor uw huis. U bent verzekerd zolang u premie betaalt. Stopt u met premie betalen dan is er geen verzekering meer.

Is uw nabestaandenpensioen op risicobasis verzekerd, dan vervalt het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding heeft uw ex-partner geen aanspraak op nabestaandenpensioen. Op de pensioendatum is er geen nabestaandenpensioen, dus u kunt dit ook niet inruilen. Vaak biedt de pensioenregeling wel de mogelijkheid om bij pensionering een deel van uw ouderdomspensioen in te ruilen voor een nabestaandenpensioen

Tegenwoordig is in veel pensioenregelingen het partnerpensioen ‘op risicobasis', dus zonder opgebouwde waarde verzekerd. Zo’n pensioen vervalt dus bij ontslag. Bij wisseling van baan heeft u dan altijd een tekort aan partnerpensioen, tenzij u bij je ontslag een deel van uw ouderdomspensioen hebt omgeruild in een partnerpensioen (dit noemen ze uitruilen).

TIP:
Kijk goed hoe het nabestaandenpensioen verzekerd was als u bij een werkgever vertrokken bent. Indien het nabestaandenpensioen op risicobasis verzekerd was dan is dat bij overgang naar een andere pensioenuitvoerder verloren gegaan en is er dus een tekort aan nabestaandenpensioen ontstaan. Laat de consequenties van wisseling van werkgever voor het nabestaandenpensioen goed doorrekenen!

-- splitter line - remove this to remove the split --

 

Let op:
In veel pensioenregelingen geldt een korting op het partnerpensioen als u met uw partner meer dan 10 jaar in leeftijd verschilt. Die korting bedraagt vaak 2,5% voor elk jaar dat het leeftijdsverschil groter is dan 10 jaar. Het partnerpensioen kan daardoor behoorlijk tegenvallen. De Commissie gelijke behandeling heeft toepassing van deze korting overigens al diverse keren aangemerkt als ongeoorloofde ongelijke behandeling.

Het is verstandig om goed te kijken of er voor de nieuwe partner iets extra’s geregeld moet worden. “U moet het dak repareren als de zon schijnt”.

Overlijden na de pensioendatum

In veel pensioenregelingen moet u vóór de pensioendatum zijn getrouwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan. Als je pas gaat trouwen of samenwonen na je pensionering dan heeft je partner in de meeste gevallen geen recht op een uitkering na uw overlijden.

Uitruil
In veel pensioenregelingen is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd. Alleen bij overlijden vóór de pensioendatum is er dan een uitkering voor de partner. Pensioenregelingen bieden daarom de mogelijkheid om op de pensioendatum een deel van het ouderdomspensioen in te ruilen voor een partnerpensioen. Dan is er na je overlijden dus wel een uitkering voor je partner. Deze uitkering is echter lager dan het partnerpensioen dat je partner zou hebben gekregen bij overlijden vóór je pensioendatum. Je ouderdomspensioen wordt door de ruil immers verlaagd. Het partnerpensioen is 70% van dat lagere ouderdomspensioen.

Heb je in je pensioenregeling partnerpensioen opgebouwd (recent of in het verleden), dan blijft dat bij pensionering behouden. Ga na hoeveel dat is en of het voldoende is om van te leven. Je kunt het opgebouwde partnerpensioen inruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Dat kun je bijvoorbeeld doen als je geen partner (meer) hebt, of als je partner in haar of zijn of haar eigen inkomen kan voorzien. Let welop: als je het partnerpensioen inruilt, is er na je overlijden geen uitkering voor je partner. Jouw partner moet daar dus mee instemmen.

-- splitter line - remove this to remove the split --

Wezenpensioen
Zolang de achterblijvende partner de zorg heeft voor één of meer kinderen (in pensioenregelingen vaak tot leeftijd 21), wordt het nabestaandenpensioen uitgebreid met een wezenpensioen voor de kinderen. Dit is meestal een uitkering ter grootte van 20% van het nabestaandenpensioen en geldt per kind.

Een voorbeeld:
Een vrouw wordt weduwe en ontvangt uit de pensioenregeling van haar echtgenoot levenslang € 15.000 nabestaandenpensioen. Zij heeft 2 kinderen van 15 en 13 jaar oud, die ieder € 3.000 wezenpensioen ontvangen. De eerst 6 jaar ontvangen vrouw en kinderen samen € 21.000 vervolgens 2 jaar lang € 18.000. Vanaf het moment dat het jongste kind 21 wordt ontvangt de vrouw € 15.000 per jaar.