Particulieren

Arbeidsongeschiktheid

Als u niet meer in staat bent te werken door ziekte dan betaalt uw werkgever uw salaris door. In de meeste CAO’s (collectieve arbeidsovereenkomsten) is geregeld dat u het eerste jaar bij ziekte 100% van uw salaris doorbetaald krijgt en het tweede jaar 70%. Zowel vanuit de kant van de politiek als van de kant van de werkgevers wordt dit als onwenselijk gezien. Werkgevers en vakbonden hebben met het kabinet de afspraak gemaakt dat bij ziekte de totale uitkering over twee jaar gerekend nooit meer zal bedragen dan 170% van het oude loon. U moet als u ziek bent namelijk weer zo snel mogelijk aan de slag. Een te hoge uitkering zou de prikkel om aan de slag te gaan weg kunnen nemen. Uw werkgever moet in nauwe samenspraak met u in die periode actie ondernemen om u weer aan het werk te krijgen. Als het niet meer lukt om het eigen werk op te pakken dan moet er gekeken worden of er aangepast werk voorhanden is bij de eigen of een andere werkgever. In de praktijk kan dit betekenen dat in het eerste jaar 100 procent wordt doorbetaald en in het tweede jaar 70 procent. Echter, ook een verdeling van 85% om 85% over beide ziektejaren is mogelijk.

Als er geen CAO geldt dan bent u voor uw loondoorbetaling tijdens ziekte afhankelijk van wat uw werkgever u bij de totstandkoming van uw arbeidsovereenkomst schriftelijk of mondeling heeft toegezegd. Als er niets geregeld is dan hoeft uw werkgever bij ziekte niet meer dan 70% van het gemaximeerde loon door te betalen, maar in ieder geval het minimumloon. Alleen als u behoort tot de categorie huispersoneel dat op minder dan 3 dagen per week werkzaam is, geldt een afwijkende loondoorbetalingstermijn van maximaal 6 weken.

Voorbeeld:
De heer van Dijk heeft tijdens zijn ziekte zijn werkzaamheden gedeeltelijk weer hervat.
Helaas heeft hij dit niet lang vol kunnen houden en heeft hij zich weer volledig ziek gemeld. Hij vraag zich af of de 104 weken uitbetaling van de kant van de werkgever opnieuw begint nadat hij zich na een gedeeltelijke werkhervatting opnieuw ziek meldt.

Bij gedeeltelijke werkhervatting wordt de periode van 104 weken niet onderbroken. De heer van Dijk blijft immers (gedeeltelijk) ziek. Bij een volledige werkhervatting die korter duurt dan 4 weken, worden de ziekteperiodes samengeteld voor de berekening van de termijn van 104 weken. Bij een volledige werkhervatting van 4 weken of langer ontstaat er voor de werkgever een nieuwe termijn van 104 weken loondoorbetaling. Als de werkgever de wettelijke verplichte ziekmelding bij het UWV later dan in de 13e week doet, wordt de maximale termijn van de loondoorbetaling verlengd met de tijd dat de werkgever te laat heeft gemeld.